Naar archief

UIT: NN #166 van 22 juli 1994 † †

Naar een werkbaar anarchisme?

Anarchisten worden vaak voor utopisten versleten en anarchie wordt als een hopeloze utopie afgedaan. Of dit nu al dan niet terecht is, onder anarchisten zelf gaan ook steeds meer geluiden op om de oude utopieŽn overboord te zetten. "Het anarchisme dient zich volledig te confronteren met de hedendaagse ontwikkelingen. We hebben met onze 'softe' opties de bestaande realiteit nu wel lang genoeg ontlopen." Is het speelkwartier dan voorgoed voorbij?

Hoewel een anarchistische maatschappij nooit bestaan heeft, zijn er vanuit de anarchistische beweging wel veel concrete initiatieven voortgekomen. De coŲperatieve werkbeweging in de eerste helft van deze eeuw en de werkbeweging die hier eind jaren '70 en begin jaren '80 floreerde waren voor een groot deel op het anarchistische gedachtegoed geÔnspireerd. †

In de tweede helft van de jaren '80 dreigt de werkbeweging echter een zachte dood te sterven. Veel initiatieven zijn inmiddels geprofessionaliseerd, wat zoiets betekent als betaald werken en produceren voor de vrije markt. Initiatieven die dit niet deden gingen uit als een nachtkaars; de initiatiefnemers vaak gefrustreerd achterlatend. †

In de loop van 1991 werd door een aantal groepen en personen, waaronder Rampenplan uit Sittard, Atalanta uit Utrecht, het Landelijk Anarchistisch Samenwerkingsverband (LAS), de Libertaire Studiegroep (Gent), de Vakgroep (federatie van zelfbeheerders) en leden van de Vrije Bond een economie-overleg opgezet met als doel de discussies omtrent de perspectieven van de werkbeweging te intensiveren. Centrale vraag: richten we ons op de opbouw van een eigen alternatieve (dwarse) economie op of veranderingen van de Grote Economie? †

De aanhangers van de dwarse economie die het overleg domineren komen voor een deel voort uit de oude garde van de werkbeweging, maar telt ook steeds meer jonge bewust baanlozen in haar gelederen. In deze dwarse economie staan ruil en wederkerige hulp centraal en economische instituties als geld en rente worden afgewezen omdat hiermee te veel macht kan worden uitgeoefend. Deze 'kadootjes economie' functioneert echter wel bij de gratie van de uitkeringen. †

Een van de discussiepunten tijdens deze bijeenkomsten, is of het wel politiek correct is om van een uitkering te (blijven) leven. Je bent afhankelijk van de staat en dat is voor anarchisten een gevoelig punt. Rymke van Atalanta stelde in NN nr. 145 dat je de uitkering kunt beschouwen als een soort smartegeld: "je bent buiten jouw schuld om in een economisch systeem terecht gekomen waarmee je het niet eens bent, waarin je je niet thuis voelt en waaraan je je ook niet kunt onttrekken; dan moet dat systeem, dat jou de kans niet biedt geheel te leven zoals je dat zou willen, jou maar tenminste overleven." †

De uitkering is geen voorrecht maar een levensnoodzaak. Dit laatste wordt problematisch nu de arbeidsbureau's en sociale diensten deze bewust baanlozen het leven steeds verder onmogelijk maken. Er zal dus haast moeten worden gemaakt met de opbouw van een dwarse economie. Helaas is het merendeel van de deelnemers aan de discussies zelf niet als vertegenwoordiger van een stukje dwarse economie betrokken. †

Drie niveau's

Maar wat moet er ondertussen met de Grote Economie gebeuren? In een in 1991 verschenen bundel van de Vrije Bond Bevrijdende Economie, wijst Ludwig Glabeke van de Libertaire studiegroep Gent er op dat je de economie op verschillende niveau's kunt bekijken: op het niveau van de individuele ethiek; op het niveau van de kleine groep (de coŲperatie, bedrijfsgroep of leefomgeving); en tenslotte op het niveau van de grote economische en politieke verbanden (de structurele benadering). †

Volgens Glabeke is economiekritiek nodig op alle drie de niveau's. De individueel ethische benadering heeft volgens hem als voordeel dat het accent gelegd wordt op het eigen initiatief, dat mensen aangespoord worden om zelf te handelen. Maar als men zich tot dit niveau beperkt, kan men gemakkelijk vervallen in rigide morele geboden die toch niet houdbaar zijn en die op den duur tot frustratie leiden. Bovendien kan een te sterke nadruk op individuele verantwoordelijkheid tot blindheid leiden voor de invloed die maatschappelijke structuren op ons uitoefenen. †

De bedrijfs- en buurtbenadering heeft als voordeel dat alternatieven daadwerkelijk uitgeprobeerd (kunnen) worden. Maar een alternatief economisch systeem kan zich hiertoe niet beperken. Zelfbeheer en coŲperaties moeten ook geŽvalueerd worden binnen het grotere economische systeem. Want, zo waarschuwt Glabeke, al te vaak dreigen de nieuwe werkbewegingen en dus ook een dwarse economie de scherpe kantjes van het kapitalisme af te ronden en enkel als opvangnet te fungeren voor wie uit de kapitalistische economie gestoten is. †

Glabeke vindt het daarom jammer dat de meeste anarchistische initiatieven zich op het individuele of buurtniveau bevinden: "We hebben ook onze kritieken op de grotere maatschappij, maar nauwelijks strategieŽn of haalbare voorbeelden voor een† verandering in de huidige maatschappij."†

Pragmatisme

Een jaar later wordt Glabeke op zijn wenken bedient. Op verzoek van de redactie van Buiten de Orde opent John Griffin een nieuwe discussieronde. Griffin is correspondent van het Engelse anarchistische blad Freedom en auteur van het boek A structured Anarchism. An overview of libertarian theory and practice waarin hij pleit voor een pragmatische werkwijze. †

Op het gebied van economie hebben anarchisten volgens hem tot nu toe nauwelijks een zinnige bijdrage geleverd. Het grootste probleem volgens hem is dat ze in hun kritiek op het kapitalisme vaak vergeten zelf met werkbare voorstellen te komen, omdat ze vast blijven houden aan utopische blauwdrukken. †

Volgens Griffin is het niet wenselijk en ook niet mogelijk een theoretisch model aan de samenleving op te leggen, of dit nu het anarcho-communisme, het collectivisme of het syndicalisme is. "De samenleving bestaat immers uit een grote variatie van socio-economische patronen. Zo zijn er enorme multi-nationale conglomeraten, kleine bedrijven zoals de plaatselijke aannemer en ook zelfbeherende bedrijven die met geld werken en handelen op de vrije markt en noodgedwongen zware belastingen aan de staat afdragen." †

Daarnaast bestaat er een groeiende 'zwarte' economie die eveneens van dezelfde markt gebruikt maakt en tenslotte is er nog een groot gebied waar geld geen rol speelt: "wederkerige hulp is nog altijd een broodnodige component van alle moderne samenlevingen." Deze verschillende gebieden kunnen niet door een model vervangen worden. In alle sectoren is een andere strategie nodig, aldus Griffin. Het werken aan een bevrijdende economie zal in eerste instantie zowel gericht zijn op een aaneenschakeling van experimenten op het gebied van zelfbeheer als het streven van werkers in de "Grote Economie" naar meer zeggenschap over hun productie en consumptie. De markt, het geld en rente hoeven daarvoor niet per definitie te verdwijnen. †

Belangrijkste criterium is volgens hem het vraagstuk van de technologie centraal te stellen: "Indien we een samenleving wensen die nog steeds gebruik maakt van schepen, autobussen en hifi-installaties, dan kunnen die bedrijfstakken niet zonder geld en markt bestaan; terwijl andere niet-industriŽle en minder complexe activiteiten zonder van geld gebruik te maken zullen floreren en groeien in volledig onbekende en ongestructureerde richtingen. Hier nemen mensen zelf beslissingen en niet allerlei anarchistische groepen die luidkeels het gelijk ven de ene of andere theorie bezingen. Werkers die de staat overwonnen hebben en hun eigen werkplaatsorganisatie hebben bovendien wel meer dingen aan hun hoofd; zij zullen zich niet zo druk maken over de noodzaak of de afschaffing van het geld." †

Utopietjes

Deze pragmatische benadering lokt de nodige kritiek uit. In haar reactie stelt Weia van Atalanta, een van de belangrijkste initiatiefneemsters van het dwarse economie overleg, dat dat misschien waar is, maar dat betekent nog niet dat je zomaar voorbij kunt gaan aan het feit dat geld op dit moment alles behalve een neutraal ruilmiddel is: "met dat geld wordt extra geld verdiend langs de weg van aandelen, beurzen, speculatie en renöte." Bovendien vindt ze het juist belangrijk om te laten zien dat een geldloze samenleving ook tot het spectrum van de mogelijke economieŽn behoort. †

Weia benadrukt dat zij slechts akkoord gaat met een anarcho-communistische revolutie van honderd procent. Dat is volgens haar in het geheel niet onpraktisch, want zij heeft het (in eerste instantie) alleen maar over iets heel kleinschaligs. Ze zou wel groter willen, maar "anarchisme kan alleen met diegenen die anarchistisch willen zijn" en dat zijn er maar weinig. Zij gelooft ook niet dat dit snel zal veranderen, "zonder dwang ligt alleen de weg van rationele en emotionele opwekkingen open, en dat is een langzame weg, helaas. Maar op kleine schaal kan ik intussen misschien wel iets bijna onmogelijks voor elkaar krijgen!" †

Ondertussen heb je als anarchist ook nog je dagelijks leven, waar ze toch vaak compromissen sluiten. Je maakt allerlei pragmatische keuzes en veel van die keuzes zit al gauw iets wat niet geheel strookt met wat je van een anarchistische economie zou verwachten. Wanneer je nadenkt over hoe je de spanning tussen de gewenste en het dagelijkse opheft ben je bezig met pragmatisch anarchisme. Hier heeft zij niks op tegen, maar zij vindt niet dat pragmatisme de lijn voor het anarchistisch denken zou moeten worden. Je moet ondertussen wel blijven nadenken over een alternatieve economische ordening, over hoe het zou kunnen zijn, dan ben je bezig met utopietjes. "Utopisme is voor mij niets meer dan dat, dus niet meer dan een soort reflectie die past bij zoiets als economisch samenleven." †

Weia's twijfels aan het pragmatisme worden onderschreven door Ludwig Glabeke die zich wederom in de discussie mengt: "Als pragmatisme betekent dat we vanuit de huidige situatie moeten vertrekken om te bewegen in de richting van onze idealen, dan zie ik niet hoe iemand daar iets op tegen zou kunnen hebben. (...) Maar ongelukkig genoeg is er ook een tweede betekenis van pragmatisme. Het kan ook een oproep zijn om 'realistisch' te zijn en onze idealen maar te matigen of te vergeten. Als we ons gewoon aanpassen en de idealen overboord zetten, waar blijft ons anarchisme dan?" †

Consume or Die!

John Griffin lijkt in zijn wens voor pragmatische oplossingen wel een beetje al te gemakkelijk over een aantal problemen heen te stappen. Griffin prijst de vrije markt omdat het zo'n grote bijdrage heeft geleverd in de voorziening van de alledaagse levensbehoeften. De ontwikkelingsgeschiedenis van de vrije markteconomie laat echter zien dat juist een heleboel manieren waarop mensen in hun alledaagse levensbehoeften voorzien door haar zijn vernietigd. †

Deze vernietiging is helaas niet bij alledaagse levensbehoeften blijven stilstaan. Of zoals Siebe Thissen het stelt: "De arbeidsverdeling die de kapitalistische en socialistische productiewijze op de werkvloer doorvoerde is doorgedrongen tot het dagelijks leven. Ons leven dreigt meer en meer gefragmenteerd te worden, verder geobjectiveerd, gedegradeerd tot een voorspelbare aaneenschakeling van artikelen, categorieŽn en illusies." (1) †

De moderne loonarbeider - dat is tegenwoordig bijna iedereen, ook President-Directeur Timmer van Philips staat gewoon op de loonlijst, en een uitkeringsgerechtigde is toch in de eerste plaats een potentiŽle loonarbeider - kan nog slecht in zijn levensbehoeften voorzien door te consumeren. Al zijn behoeften, wensen en verlangens zijn nog slechts op de markt te koop. Daarom staat de hedendaagse spektakelmaatschappij in het teken van de ongelimiteerde consumptie. †

Het individueel ethische niveau heeft er daardoor een nieuwe mogelijkheid bij gekregen, die van het bewust consumeren. Door de herkomst van producten na te trekken is het mogelijk sommige tot fout en andere tot goed te bestempelen. Op sommige plekken kun je daarom maar beter niet met een Levi's om je kont aan een blikje Heineken lurken, want dan zit je goed fout. Maar ook de strategie van het 'bewust' consumeren blijft binnen de kapitalistische arbeidsdeling. Ook de 'bewuste' consument is een consument en kan alleen door goederen of diensten te kopen zijn of haar behoeften stillen. Daardoor zijn bijna al onze handelingen 'economische' handelingen. †

Op dit moment hebben we daarom meer behoefte aan strategieŽn, ideeŽn en methoden om aan de economie te ontsnappen. Hoe kunnen we ontkomen aan het netwerk dat planologen, managers, vakbondsbestuurders, organisatiedeskundigen, therapeuten, bestuurskundigen, media-experts, opiniepeilers en realpolitici rond ons dagelijks leven hebben geweven? Hoe kunnen we voorkomen dat al onze wensen en verlangens in consumptiegoederen worden omgezet? †

Speelterrein

Helaas vinden we in de discussiebijdragen die overigens binnenkort in brochurevorm onder de titel Bevrijdende economie vanuit een libertair perspectief zal verschijnen, weinig concrete initiatieven. De discussie dreigt te verzanden in een zoals Ludwig Glabeke het noemt "heen en weer gescheld van utopianisten en pragmatistanten" en dat is jammer. Want er gebeurt op praktisch gebied toch ook het een en ander. †

Zo schieten op dit moment o.a in Nederland LETS (Local Exchange Trading Systems) als paddestoelen uit de grond. Deze LETS bestaan uit een kleinschalige groep mensen die elkaar onderling diensten verleent op lokale, onafhankelijke en non-profitbasis. De LETS maken geen gebruik van geld en het aantal geleverde werkuren fungeert als administratieve rekeneenheid. Het biedt zodoende een goede mogelijkheid om onderling allerlei diensten uit te wisselen, zonder dat een of andere 'deskundige' zich ermee bemoeit. †

Voorts zien we een wereldwijde opkomst van de informele economie en een groeiende belangstelling voor zelfbeheer in Afrika, Zuid-Amerika en AziŽ. In deze gebieden is een groot deel van de bevolking, na jaren door vrije markt ideologen van illusies te zijn voorzien, tot de conclusie gekomen dat je toch beter zelf je eigen 'overlevings'structuren op kunt zetten. (2) †

Terwijl hun regeringen hopeloze pogingen doen zich te voegen in het spektakel en aan willen schuiven bij de groten der aarde, tracht een groot deel van de bevolking alles in het werk te stellen aan dit spektakel te ontsnappen. Deze initiatieven kunnen de opmars van de Grote Economie stuiten en juist hier ligt het speelterrein van het anarchisme. Om met mijn eigen woorden te eindigen: "Onbeperkte mogelijkheden moeten we creŽren. Niet om alles te kunnen kopen, maar om alles te kunnen maken, activiteiten te ontwikkelen, te kunnen leven en handelen, of om gewoon niks te kunnen doen." (3)†

Freek Kallenberg

Noten:

  1. In Economie of de kolonisering van het dagelijks leven in De AS 106. Deze aflevering van dit theoretisch anarchistisch tijdschrift is overigens ook helemaal aan economie gewijd;
  2. In De Vrije Socialist nr. 1, 1993 beschrijft Siebe Thissen bijvoorbeeld de situatie in de wijk Tepito in MexicoCity. De bevolking heeft zich georganiseerd in een fijn vertakt netwerk van ruim 25 associaties van ambachtslieden, huishuurders en handelaren. Los van de planologen heeft men hier een eigen organisatie van de wijk opgebouwd. De lokale markt waar ambachtslieden hun waar aanbieden vervult hierbij overigens een belangrijke rol. De markt is niet per definitie 'slecht' en bovendien erg gezellig;
  3. In Gebroken Wit. Politiek van de kleine verhalen, uitgeverij Ravijn, Amsterdam.
Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1994